z24.nl |14 februari 2011
Fiscale uitzonderingen voor topsporters komen nog wel voor in Europa. Maar ook grote voetballanden als Spanje en het Verenigd-Koninkrijk worden strenger. Fiscalist Erik Jan Peffer legt uit.
Voor topsporters in Europa zijn België en Zwitserland fiscaal gezien de meest gunstige landen, stelde bureau Taxand afgelopen maand in een internationaal overzicht. Ook voetbalmekka Spanje zou relatief aantrekkelijk zijn.
Op die observaties valt echter het nodige op af te dingen stelt fiscalist Erik Jan Peffer van Maguire Tax & Legal, een bureau dat Nederlandse topsporters fiscaal bijstaat in het buitenland. "België had bijvoorbeeld een gunstig tarief van 18 procent. Maar dit is in 2008 zo gewijzigd dat het alleen nog geldt voor buitenlandse sporters die minder dan 30 dagen actief zijn in het land. Voor topvoetballers gaat dit dus meestal niet meer op. Die krijgen al snel te maken met het toptarief voor de inkomstenbelasting van 50 procent."
Ook in Spanje is de fiscus minder genereus geworden. Onder de zogenoemde 'Beckhamwetgeving' profiteerden sporters van een speciaal belastingtarief van 24 procent. Maar sinds afgelopen jaar geldt dit alleen nog voor het salaris tot zeshonderd duizend euro. "Daar boven is het normale Spaanse tarief van 43 procent van toepassing" aldus Peffer. Daar hebben de voetbalmiljonairs bij Spaanse topclubs dus ook mee te maken.
In Italië geldt, net als in Spanje een toptarief van 43 procent, en zijn er geen fiscale douceurtjes voor topsporters.
Britse route
En hoe zit het in het Verenigd Koninrkijk? Britse voetbalclubs tastten bij het meest recente transferseizoen weer diep in de buidel. Chelsea spande de kroon met de aankoop van de Spaanse spits Torres voor 58 miljoen euro.
De Britse koopgekte resulteerde afgelopen weekend nog in de duurste wedstrijd aller tijden, tussen Manchester United en Manchester City. Bij elkaar stond er voor 625 miljoen euro aan spelerswaarde opgesteld.
Fiscaal zijn er in het Verenigd-Koninkrijk relatief veel opties voor topsporters om zaken gunstig te regelen, stelt fiscalist Peffer van Maguire Tax & Legal. “In het Verenigd-Koninkrijk geldt een toptarief voor de inkomstenbelasting van 50 procent. Er zijn echter mogelijkheden om belasting .te besparen door een deel van de beloning in een andere vorm te gieten dan salaris."
Zo kunnen spelers bijvoorbeeld via een offshore vennootschap een deel van hun portretrechten licenseren aan de club. Ook kan de club de speler een pensioen toezeggen, waarbij de pensioenpremies worden gestort in een offshore pensioenfonds.
“Beide regelingen liggen tegenwoordig wel onder vuur bij de Britse Belastingdienst” zegt Peffer.
Per land kunnen de fiscale condities van topsporters dus net even anders liggen. Iets wat bij onderhandelingen over bruto-beloningen een rol kan spelen. Fiscalist Peffer: "Spelers die wij begeleiden vragen meestal wat ze netto overhouden."
